FD.nl, 04 februari 2012Zowel onder de westerse als de niet-westerse allochtonen is de werkloosheid vorig jaar toegenomen.
De tweedeling op de arbeidsmarkt is vorig jaar gegroeid. Het aantal autochtone Nederlanders dat werkloos was, is gedaald van 4,5% van de beroepsbevolking tot 4,2%.
Maar onder de allochtonen in Nederland steeg de werkloosheid: voor de westerse allochtonen van 6,5% naar 7,1%, voor de niet-westerse allochtonen van 12,6% naar 13,1%. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vrijdag bekendgemaakt.
Uit de cijfers blijkt dat de toch al flinke achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt nog verder is toegenomen. ‘In tijden van economische neergang zie je de kloof tussen allochtonen en autochtonen groter worden’, zegt een woordvoerder van het CBS, ‘Dat was in het verleden al zo, dat blijkt nu nog steeds zo te zijn.’
Het verschil ontstaat naar zijn zeggen vooral door de uiteenlopende gang van zaken bij de jongeren. Onder autochtone jongeren daalde de werkloosheid flink, onder allochtone jongeren was er slechts weinig verandering. De werkloosheid onder niet-westerse allochtone jongeren bleef met 23,4% vrijwel gelijk aan die in 2010. Onder autochtone jongeren nam de werkloosheid af van 9,7% in 2010 tot 7,7% in 2011.
Vrees voor 'gedoe'Politiek gevoelig ligt de gang van zaken bij de Polen, omdat minister Kamp van Sociale Zaken heeft verklaard dat het aantal werkloze Polen zorgwekkend snel toeneemt. Het CBS heeft ze niet apart in de statistieken zitten, maar de werkloosheid onder allochtonen uit Midden- en Oost-Europa blijkt gedaald van 8,4% tot 7,2%. Volgens de CBS-woordvoerder is het absolute aantal werkloze Oost-Europeanen echter gelijk gebleven, maar daalde het percentage omdat de omvang van de groep wel toenam.
Uit onderzoek blijkt dat er een terughoudendheid is onder Nederlandse werkgevers om allochtone werknemers aan te nemen uit vrees voor ‘gedoe’. Bij gelijke geschiktheid geven werkgevers vaak de voorkeur aan een autochtone sollicitant boven een allochtone. Uitzendbureaus merken dat kandidaten met een Nederlands klinkende achternaam vaak makkelijker een baan krijgen. Ook hebben allochtonen vaker een flexibele baan waardoor ze makkelijker ontslagen worden.