Het Parool, 26 oktober 2011
Door Kees Tamboer
Hoe gemeenten op een goedkope manier jonge bijstandsklanten kwijtraakten en staatssecretaris Paul de Krom ze terugstuurt
Acht jaar geleden was Mark Rutte staatssecretaris van Sociale Zaken. Zijn belangrijkste taak was wethouders van Sociale Zaken te kapittelen als ze hun bijstandskIanten te weinig achter de vodden zaten. Vervelend werk, vond Rutte. Daarom loodste hij met verve de nieuwe Wet werk en bijstand (WWB) door het parlement. Hij hevelde de verantwoordelijkheid én het financiële risico over naar lokale overheden. Gemeenten krijgen, sinds 2004, een vast bedrag voor uitkeringen. Helpt een wethouder méér mensen met een uitkering aan werk dan begroot, dan is het overschot voor de gemeentekas. Blijft hij laks, dan moet de gemeente bijpassen.
Gemeentebesturen hapten graag toe. Zij gingen 'instroom beperken' en 'uitstroom bevorderen': geld verdienen door het aantal aanmeldingen te verminderen en tegelijk zo veel mogelijk klanten de deur uit te werken. De koninklijke weg was natuurlijk mensen te begeleiden naar een volwaardige plek op de arbeidsmarkt, maar dat is ingewikkeld en duur. Met huisbezoeken kun je fraudeurs opsporen en uit het bestand gooien, maar óók nieuwkomers afschrikken.
Jongens en meisjes die bij de sociale dienst aanklopten, mochten kiezen: meteen aan de slag of terug naar school. Lukte dat niet, dan was er nog een derde weg. Voor wie op jonge leeftijd lichamelijk, verstandelijk of psychisch gehandicapt raakt, bestaat de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten - de Wajang. Deze regeling wordt uitgevoerd door het UWV en komt voor rekening van het rijk. Bingo: je helpt ze niet maar stuurt ze door - en daarmee verdien je geld.
Onlangs publiceerde het Centraal Planbureau een analyse van drie medewerkers, waarin wordt aangetoond dat de explosieve toename van het aantal Wajongers voor een groot deel is veroorzaakt door dit doorschuifbeleid van gemeenten. Bedroeg het aantal 'doorstromers' vóór de WWB van kracht werd nog 800 per jaar, dat werden er een paar jaar later 3000. Dan hebben we het alleen over jongeren die al in de bijstand zaten. Het aantal jongeren die bij hun aanmelding meteen naar de Wajong werden verwezen, staat nergens geregistreerd.
Dat wordt een nieuw WAO-drama. Vandaag ontvangen 200.000 mensen een Wajong-uitkering. Elk jaar komen er 17.000 bij. Ze houden die uitkering tot ze AOW krijgen. Omdat de eerste Wajongers pas over een jaar of vijftien de AOW-leeftijd bereiken, is de uitstroom minimaal. Zo loopt het aantal Wajongers op tot 400.000 in 2040.
Iedereen is het erover eens dat dit zo niet kan doorgaan. Het kabinet dat nu geleid wordt door Mark Rutte, wil een stap verder zetten op het zeven jaar geleden ingeslagen pad. Met ingang van 2013 krijgen de gemeenten ook de verantwoordelijkheid toegeschoven voor de Wajongers die geacht worden te kunnen werken, alsmede voor de sociale werkbedrijven die gehandicapten in dienst hebben. Deze 'ontschottingsoperatle' - die op de lange termijn ruim 1,8 miljard euro aan bezuinigingen moet opleveren - mag staatssecretaris Paul de Krom uitvoeren, evenals Rutte afkomstig uit de VVD. Hij gelóóft erin. "Wie kan werken, moet werken. En dat kan met minder geld," zei hij onlangs. Hij denkt een half miljoen uitkeringsontvangers aan regulier werk te kunnen helpen - terwijl de werkloosheid dit jaar alweer met 40.000 is opgelopenen en het aantal bijstands klanten alweer het niveau heeft van vóór de WWB (350.000).
Het terugschuiven van de Wajongers lijkt logisch, maar pakt verkeerd uit. Door de nieuwe groei van de bijstand raken gemeenten in geldnood. In Amsterdam stuurt wethouder Andrée van Es de laatste Melketiers de laan uit en zet zij alle kaarten op de meest kansrijke bijstandsklanten. Dat doen wethouders overal. Moeten zij zich dan ook nog over honderdduizend mensen met een handicap ontfermen? Ze zullen alles op alles zetten om zoveel mogelijk Wajongers volledig arbeidsongeschikt te laten verklaren, want dan gaan ze weer terug naar het UWV.
In het werkstuk van de drie CPB' ers wordt er nog weer eens op gewezen dat de onderkant van de arbeidsmarkt zo overbevolkt raakt door het hoge minimumloon. De Krom wil dat verhelpen door werkgevers loondispensatie toe te staan: zij mogen mensen die niet genoeg productiekracht hebben om de minimumloonkosten te dekken, minder betalen dan het minimumloon. De sociale dienst vult het ontbrekende aan. Dat leidt tot een administratieve rompslomp en een bureaucratische warboel die nauwelijks nog valt te beschrijven.
Als hij die half miljoen wérkelijk aan betaald werk wil helpen kan De Krom beter eens gaan buurten bij collega en partijgenoot Frans Weekers, die nog op zoek is naar een nieuwe belastinghervorming. Deze staatssecretaris wil dolgraag het lage btw-tariefverhogen. Met de opbrengst de loonbelasting en sociale werkgeverslasten voor minimumoners afschaffen - dat moeten twee ambitieuze liberalen toch samen kunnen bekokstoven?