Het Parool, 7 december 2011
Door: Hugo Logtenberg
Mensen die door een handicap niet 'gewoon' kunnen werken, moeten in Amsterdam gemiddeld 28 maanden wachten op een plek in de sociale werkvoorziening. Landelijk is dat gemiddeld 15 maanden.
In Amsterdam staat tien procent van de ruim 1100 wachtenden met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking zelfs langer dan vijf jaar op de wachtlijst.
Dat blijkt uit een tussentijdse rapportage van de Amsterdamse Rekenkamer. Dat deed onderzoek naar de sociale werkvoorziening in de stad. Die staat onder druk door rijksbezuinigingen en de komst van de Wet werk naar vermogen, die op 1 januari 2013 ingaat.
De omvangrijke wachtlijst in Amsterdam blijkt bovendien tal van mensen te bevatten die er niet meer op horen te staan, bijvoorbeeld omdat ze te ziek zijn om nog te werken. 'De wachtlijst is tamelijk vervuild,' concludeert de Rekenkamer. Hoewel de gemeente de mogelijkheid heeft deze mensen van de lijst 'af te voeren' , gebeurt dat niet. Pantar, de uitvoeringsorganisatie van de sociale werkvoorziening, heeft geen regels voor het omgaan met deze groep mensen.
De sociale werkvoorziening is een financieel zorgenkind van de gemeente. Ondanks een jaarlijkse bijdrage van bijna 4 miljoen euro per jaar aan Pantar bedroeg het tekort de afgelopen drie jaar gemiddeld 2,9 miljoen. Dat werd door Pantar gedekt met positieve resultaten bij het naar werk begeleiden van kansrijkere cliënten.
De opbrengsten daarvan 'vormen een essentieel onderdeel voor de financiering van het exploitatietekort', concludeert de Rekenkamer. 'Hierdoor bestaat het risico dat Pantar te weinig wordt geprikkeld om efficiënt te werken.'
Wethouder Andrée van Es schrijft in een reactie aan de gemeenteraad de definitieve conclusies te willen afwachten, maar wijst erop dat bij het grote aantal mensen in de sociale werkvoorziening niet mag worden vergeten dat Amsterdam een gemiddeld 'zwaardere' populatie bedient dan elders in het land.
De lange wachttijd wordt volgens haar onder meer veroorzaakt doordat 'mensen hun beurt voorbij laten gaan'. Dat kan komen doordat de baan als niet passend wordt ervaren of de noodzakelijke begeleiding bij Pantar tijdelijk niet beschikbaar is. Van Es zegt 'zeker het initiatief te zullen nemen' bij het opschonen van de wachtlijst, maar er geen voorstander van te zijn 'dat een ieder die op het moment dat een baan wordt aangeboden niet beschikbaar is, direct zijn plaats op de wachtlijst verliest'.
Morgen presenteert de Rekenkamer de definitieve uitkomsten.
€ 4.000.000
draagt de gemeente jaarlijks bij aan Pantar
€ 2.900.000
bedroeg het tekort de laatste drie jaar