Financieële Dagblad, 4 november 2011
Door: Annemiek Diekman


Kleine zelfstandigen kunnen zich moeilijk adequaat verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Door een schenkkring op te zetten komt er toch brood op de plank

Freelancer Kamilla Hensema was direct enthousiast toen zij twee jaar geleden voor het eerst hoorde vertellen over het Broodfonds, een nieuwe arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor zelfstandigen.

Het wekte mijn nieuwsgierigheid’,  vertelt de eigenaar van een evenementenorganisatie. ‘Vooral het ideologische gedachtegoed sprak mij aan: voor elkaar zorgen en open voor iedereen, ongeacht bedrijfsvoering, ziekteverleden of leeftijd.’

Maar zoals dat wel vaker gaat, bleef het bij een goed voornemen en ondernam Hensema in eerste instantie verder geen actie. Zij was op dat moment niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. ‘Ik heb weinig vertrouwen in verzekeringsmaatschappijen. De meeste arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn intransparant. Je weet niet wat er met je inleg gebeurt en ook blijft vaak onduidelijk hoeveel je nu uitgekeerd krijgt als je daadwerkelijk ziek wordt.’

Kamilla Hensema is niet de enige zelfstandige zonder personeel (zzp’er) in Nederland die zich niet tegen arbeidsongeschiktheid verzekert. Uit een recent onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken  blijkt dat slechts 36% van de zzp’ers een AOV heeft afgesloten.

Veelgehoorde argumenten om het niet te doen zijn de onbetaalbare premies, een hoog eigen risico en tal van uitsluitingclausules. Ook de forse provisie - al snel 15 tot 20% van de premie- is velen een doorn in het oog.

Redenen te over om op zoek te gaan naar alternatieven. In de afgelopen jaren zijn er wel enkele initiatieven genomen, maar het percentage zelfstandigen dat verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid is niet spectaculair gestegen. Wellicht brengt het Broodfonds hier verandering in.

Vijf jaar geleden zag het Broodfonds het levenslicht. Het idee is ontstaan binnen de Vereniging Solidair, die zich met alle aangesloten bedrijven inzet voor een duurzame en solidaire economie. ‘Wij wilden groepen zelfstandigen de mogelijkheid bieden een voorziening te treffen voor arbeidsongeschiktheid’, vertellen Biba Schoenmaker en André Jonkers, die samen met Haiko Liefmann de Broodfondsmakers vormen. Dit bedrijf begeleidt groepen bij het opzetten van een eigen fonds.

Gebruik tegen hen niet het woord verzekering, want dat is het Broodfonds nadrukkelijk niet. Het is een haast ouderwetse vorm van naastenliefde die zelfstandigen wat zekerheid geeft in tijden dat zij hun bedrijf door ziekte niet kunnen runnen.

Het Broodfondsidee werd in de praktijk gebracht met 20 leden van Solidair en uitgebreid getest. Zo uitgebreid dat het vijf jaar duurde voordat de Broodfondsmakers ermee de markt op durfden te gaan. ‘Achteraf gezien hadden we het concept inderdaad misschien sneller uit kunnen rollen’, zegt Jonkers, ‘maar pas in 2010 stond er in onze ogen een stabiel concept dat voor een groter publiek toegankelijk is.’

Aangespoord door de felle kritiek van toezichthouder AFM op bestaande AOVs proberen de Broodfondsmakers vanaf begin dit jaar het product onder de aandacht van groepen zelfstandigen te brengen. Die kritiek van de AFM heeft ondermeer betrekking op de lange looptijd van AOV-polissen en het uitsluiten van chronische ziektes, burnout en psychische klachten. Kritiek die de Broodfondsmakers goed kunnen pareren omdat hun arbeidsongeschiktheidsvoorziening op een heel andere leest is geschoeid. ‘Een van de belangrijkste beginselen is dat niemand wordt uitgesloten. Als groep neem je samen het risico om elkaar financieel te ondersteunen bij ziekte.’

Het Broodfonds werkt volgens het schenkkring principe. Over schenkingen moet normaliter schenkingsrechten worden betaald, maar per individu mag jaarlijks ?2000 vrij worden geschonken aan derden. Daarom wordt er niet vanaf een gezamenlijke rekening geschonken als een van de deelnemers ziek wordt, maar vanaf 20 afzonderlijke rekeningen. Iedere deelnemer van een Broodfondsgroep opent daarom een eigen Broodfondsrekening. Op deze rekening wordt de maandelijkse bijdrage gestort, waarbij geldt hoe hoger de maandelijkse bijdrage, hoe hoger de te ontvangen schenking.

Wanneer iemands inkomen wegvalt door ziekte of arbeidsongeschiktheid, krijgt hij van de andere deelnemers maandelijks een bedrag geschonken. Van te voren wordt vastgelegd wat het eigen risico is. Sommige Broodfondsen zullen de schenking al na twee weken in laten gaan, andere kiezen voor een hoger eigen risico. Het bedrag is een basisvoorziening en bedoeld om te voorzien in het eerste levensonderhoud.

Om een Broodfonds op te starten en draaiende te houden zijn minimaal 20 personen nodig. Niet iedereen kan zich er zomaar bij aansluiten, iemand moet worden voorgedragen. ‘Dit hebben we zo ingesteld omdat het draait om vertrouwen. Als je alleen of met een paar andere zelfstandigen besluit een Broodfonds op te starten kun je die 20 personen zoeken binnen je eigen netwerken’, licht Schoenmaker toe. ‘Wij adviseren om het aantal deelnemers daarna uit te breiden tot maximaal 50 mensen. Met meer dan 20 deelnemers kun je beter de risico’s opvangen. Als de groep groter wordt dan 50 raak je de onderlinge band kwijt.’

In de praktijk blijkt het niet altijd gemakkelijk om voldoende mensen bij elkaar te krijgen. Zo zijn er volgens Schoenmaker al verschillende initiatieven afgeketst om deze reden. Ook zijn er soms geen goede initiatiefnemers binnen de groep die de kar trekken, wat zeker in de beginfase wel heel essentieel is.

Wanneer het wel lukt om 20 personen bij elkaar te krijgen wordt er een contract opgesteld waarin ondermeer de hoogte van de maandelijkse bijdragen en het eigen risico worden vastgelegd. De discussies hierover en over de kwestie wanneer iemand nu echt ziek is of niet kunnen hoog oplopen, weet Jonkers. ‘Dat zijn lastige vraagstukken. Je hebt te maken met 20 individuen met uiteenlopende achtergrond en bedrijfsvoering. De een bikkelt altijd maar door, terwijl de ander zich met een griepje al ziek meldt. Wel duidelijk is dat alleen als de deelnemer zelf ziek is, hij in aanmerking komt voor een uitkering. Het concept moet eenvoudig en transparant blijven.’

Maar hoe vang je nu het risico op dat iemand zich op dag 2 na de start van het Broodfonds ziek meldt? Er is immers nog niets in kas. Schoenmaker: ‘In de praktijk betekent dat diegene niet het volledige bedrag uitgekeerd kan krijgen, maar slechts een deel.’ Maar de buffer bouwt snel op met 20 mensen, dus het risico hierop neemt in de loop van het eerste jaar weer af. ‘Het blijft wel bestaan, stel als er zes mensen twee jaar ziek zijn. Dan is er een probleem, maar gezien het historische ziekteverzuim onder zelfstandigen ligt dit niet voor de hand.’

Dan blijft er natuurlijk nog de vraag of het Broodfondsprincipe geen klaplopers trekt met een uitgebreid medisch verleden. ‘Tijdens de intake komt dit wel ter sprake maar het is an sich geen reden tot uitsluiting’, zegt Schoenmaker. ‘Het gaat om het gezamenlijke risico van de groep. ‘Één kettingroker met een florerend bedrijf is geen probleem, worden het er vijf moet je als groep misschien wel gaan nadenken of je dat risico wilt lopen.’

Er lopen nu 15 initiatieven voor het opzetten van een Broodfonds, variërend van binnenvaartschippers tot een klein circus. Afgelopen juli is het tweede Broodfonds van start gegaan met Hensema als een van de initiatiefnemers.

‘Uiteindelijk is het er toch van gekomen’, zegt zij. ‘Samen met iemand uit mijn netwerk heb ik het initiatief genomen.’ Dat leidde tot de oprichting van Broodfonds Tollentijn, vernoemd naar een Utrechts broodje met geneeskrachtige werking. Het opzetten van Tollentijn ging volgens Hensema niet vanzelf. ‘Er zijn heel wat informatiebijeenkomsten en discussies aan voorafgegaan, maar het is gelukt en ik ben er blij mee.’