18 oktober 2011, Nu.nl

De financiële crisis en de discussie over de vergrijzing hebben een omslag veroorzaakt in het denken over pensioen. Eerder stoppen met werken blijkt niet langer de ambitie van werknemers.

Dat stelt het ING Economisch Bureau op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO.

In 2005 was eerder stoppen met werken nog de norm onder werknemers. Slechts één op de vijf werknemers wilde destijds doorwerken tot zijn 65ste, blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van het TNO en CBS van afgelopen mei. Dat aandeel is in vijf jaar tijd meer dan verdubbeld tot 44 procent van de werknemers.

Crisis

De grote toename wordt deels veroorzaakt door de crisis, zo stelt ING. Huishoudens zagen hun vermogen de afgelopen jaren slinken. Rendementen van pensioenfondsen vielen tegen, en huizenprijzen en aandelenkoersen daalden. Daardoor is het voor sommige werknemers onmogelijk geworden eerder te stoppen met werken.

Ambities omlaag

Werknemers stellen hun ambities ook bij doordat de pensioenleeftijd omhoog gaat. Het kabinet verhoogt de AOW-leeftijd vanaf 2020 in twee stappen naar 67 jaar. In het pensioenakkoord, dat nog ter discussie staat, hebben werknemers, werkgevers en het kabinet ook afgesproken de leeftijd in stappen te verhogen.

Door de vergrijzing lopen de uitgaven voor de zorg en AOW de komende decennia naar verwachting hoog op. Om de zorg en de AOW op termijn betaalbaar te houden is langer doorwerken noodzakelijk. De uitgaven voor AOW-uitkeringen stijgen dan minder snel en de overheid ontvangt meer belasting.

Doorwerken na 65

Doorwerken tot na 65 jaar is nog niet populair. Slechts 14 procent wil op dit moment ook na die leeftijd aan het werk blijven. Ook dit percentage stijgt de komende jaren waarschijnlijk, doordat werknemers hun ambities opnieuw bijstellen aan de mogelijkheden.