Financieele Dagblad, 14 februari 2012Door: Marcel de Boer en Ria Cats
De in Nederland beproefde strategie van loonmatiging in tijden van economische tegenwind heeft haar beste tijd gehad.
Dat zegt een aantal economen in reactie op het voorstel van werkgeversorganisatie VNO-NCW om de lonen en de uitkeringen te bevriezen. Het pleidooi van de Duitse minister van sociale zaken, Ursula von der Leyen, voor een substantiële loonsverhoging, moet volgens de economen ook in Nederland klinken.
Concurrentiepositie te sterkMet een versnelling van de loonstijging kunnen Nederland en Duitsland een bijdrage leveren aan de conjunctuur in Europa, stelt hoofdeconoom Wim Boonstra van Rabobank. Het aanhalen van de broekriem is volgens hem ‘ouderwets denken’. Daar maak je de problemen in Europa alleen maar groter mee. ‘Achter het idee van de nullijn van VNO-NCW zit geen ratio’, aldus Boonstra. Begin jaren tachtig waren de lonen volgens hem een probleem. ‘Wij hadden onszelf uit de markt geprijsd. Dat is nu niet het geval. Onze concurrentiepositie is eerder te sterk.’
Boonstra krijgt bijval van de Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht: ‘Als arbeid relatief goedkoop is, neemt voor bedrijven de prikkel af om te investeren in kapitaal en innovatie.’
Scheve import- en exportverhoudingenVolgens VNO-NCW is een nullijn voor de lonen echter de ‘snelste’ manier om het Nederlandse begrotingtekort terug te dringen. ‘We moeten zorgen dat Nederland zijn AAA-kredietstatus behoudt, anders stijgen onze rentelasten enorm’, aldus directeur Niek Jan van Kesteren. Hij wijst erop dat het Duitse begrotingstekort veel lager is dan het Nederlandse en dat de Duitse loonkosten de afgelopen tien jaar al flink zijn gematigd, terwijl die in Nederland stegen.
Volgens Kleinknecht leidt de focus op begrotingsdiscipline echter de aandacht af van het echte probleem, de scheve import- en exportverhoudingen in Europa. De Nederlandse en Duitse handelsoverschotten slaan neer in de Europese periferie. Daar hebben ze hun importen ‘betaald’ met uitgifte van schuldpapier. ‘Dat staat nu als “bezitting” op de balans van onze banken, verzekeraars en pensioenfondsen.’
Laat de Duitsers het maar doenMet het Centraal Planbureau stelt Kleinknecht dat de tekortlanden slechts aan hun verplichtingen kunnen blijven voldoen als ze in staat gesteld worden in de toekomst exportoverschotten te realiseren. Alleen als ze een groter deel van hun producten in Noord-Europa kunnen afzetten, zullen ze in staat zijn hun schulden af te betalen. Als Nederland en Duitsland toch weer voor loonmatiging en koopkrachtverlies kiezen, schieten ze zichzelf in hun voet. ‘Op den duur halen Nederland en Duitsland onherroepelijk de euro onderuit’, aldus Kleinknecht.
De prijs die Nederland en Duitsland betalen, is dat de situatie op de arbeidsmarkt verslechtert, nuanceert VU-hoogleraar Eric Bartelsman de stelling van Kleinknecht. ‘Voor Europa zou het zeker goed zijn, maar het gaat ten koste van de bestaande werklozen. ‘Laat de Duitsers het maar doen. Dat is goed voor onze export.’ Kleinknecht gelooft in een Europese aanpak qua loonbeleid. Hij pleit ervoor dat de vakbeweging haar looneisen Europees afstemt: loonmatiging in tekortlanden; hoge looneisen in landen met overschotten. Hierdoor verslechtert de concurrentiekracht van de overschotlanden, maar wordt er tegelijkertijd extra koopkracht gerealiseerd.